
Van “te veel” naar helemaal mezelf
Mijn hele leven heb ik gehoord dat ik “te” was.
Te gevoelig.
Te intens.
Te kritisch.
Te perfectionistisch.
Te overweldigend.
Te serieus.
Te jaloers.
Te emotioneel.
Te gek.
Ik deed zelden iets half. Als ik iets voelde, voelde ik het diep. Als ik lachte, dan schaterde ik. Als ik ergens voor ging, dan ging ik all-in. Maar “te” was nooit een compliment. “Te” betekende dat er iets mis was. Dat ik anders moest. Minder moest. Zachter moest. Kleiner moest.
Dus dat deed ik.
Ik leerde mezelf inhouden. Mijn emoties dimmen. Mijn enthousiasme temperen. Mijn gekkigheid doseren. Want als ik écht mezelf was, dan kon dat anderen ongemakkelijk maken. Dan moest ik oppassen.
En soms voel ik dat nog steeds.
Dat moment waarop ik denk: had ik me maar ingehouden…
Ze zullen wel weer over me praten.
Maar weet je?
Als ik op een dansfeest van een kersverse veertiger midden op de dansvloer in een spagaat beland, omdat ik zó geniet van het moment dan voel ik ook iets anders.
Dan denk ik:
Ik leef.
Ik ben hier.
En ik ben lekker gek, wat jullie er ook van vinden. 😜🎉💥
En dát gevoel wint steeds vaker.
De vermoeidheid van aanpassen
De grootste verandering kwam toen ik stopte met proberen met iedereen te connecten.
Ik kan me aanpassen. Dat heb ik jarenlang gedaan. Maar na veel soulsearching weet ik ook wat het kost: je levert steeds een stukje van jezelf in. En dat is duur. Emotioneel duur.
Ik ben niet gemaakt voor oppervlakkige gesprekken over het weer. Als ik met een vriendin afspreek, duiken we meteen de diepte in. Grote vragen. Eerlijke antwoorden. Kwetsbaarheid. Ja, dat is soms intens. Maar het voedt me.
Smalltalk put me uit. Het voelt als toneelspelen. En daar ben ik mee gestopt. Niet uit arrogantie, maar uit zelfzorg.
Te kritisch? Of gewoon scherp?
Inmiddels weet ik ook dat mijn kritische blik niet altijd wordt gewaardeerd. Dat Rebecca en werkgevers soms een uitdagende combinatie zijn. Niet onmogelijk, maar uitdagend.
Ik zie nu eenmaal verbeterpunten. Overal.
Bij organisaties.
Bij systemen.
Bij mezelf.
Ik reflecteer de hele dag. Wat kan anders? Wat kan beter? Hoe kan ik groeien?
Voor sommigen is dat vermoeiend. Dat begrijp ik. Maar ik leer ook dat hun ongemak niet automatisch mijn verantwoordelijkheid is. Mijn manier van denken is niet verkeerd, hij is alleen niet voor iedereen comfortabel.
Ik steek mijn hoofd boven het maaiveld uit. Ik denk out of the box. En dat is interessant, want als kind wordt je vaak geleerd om dat juist niet te doen.
Op de basisschool wordt twijfel aan de aanpak niet altijd aangemoedigd. Vragen stellen kan worden gezien als lastig. Anders denken kan je aansluiting kosten. Terwijl je later, op het mbo of hbo, ineens wél creatief en vernieuwend moet zijn.
Hoe tegenstrijdig is dat?
Het verlies van authenticiteit
Als intelligent, hooggevoelig en intens kind voelde ik dat al. Het knaagde. Alsof mijn autonomie werd ingeperkt. Alsof echtheid minder belangrijk was dan aanpassen.
We leven in een maatschappij waarin loyaliteit aan de groep vaak hoger wordt gewaardeerd dan trouw zijn aan jezelf. Waar succes soms afhangt van hoe goed je meebeweegt met de massa.
Maar waar blijft dan de authentieke ik?
Haar terugvinden
Na jaren zoeken heb ik haar teruggevonden.
Ze is emotioneel.
Intens.
Anders denkend.
Gek.
Bijzonder.
Lief.
Oprecht.
Eerlijk.
Kritisch.
Gevoelig.
Intelligent.
Rechtvaardig.
Ondeugend.
Eigenwijs.
En ze is niet langer “te”.
Ze is precies goed.
Ik hoop dat onze kinderen, en hun kinderen, niet eerst hoeven te verdwalen om zichzelf terug te vinden. Dat ze niet jarenlang hun licht dimmen om erbij te horen. Dat ze niet leren dat minder zijn veiliger is dan volledig zijn.
Misschien begint die verandering wel bij ons.
Door zichtbaar te zijn.
Door niet kleiner te worden.
Door midden op de dansvloer onze eigen spagaat te maken.
Voluit.
Zonder sorry.
✨
Reactie plaatsen
Reacties