
Autisme en schooluitval
Voor de meeste ouders is het naar school brengen van de kinderen een doodnormale start van de dag. Het meest stressvolle voor het gemiddelde gezin is het op tijd aanwezig zijn op school en werk, omdat de broodtrommels in alle haast klaargemaakt moeten worden en de gymtas op het laatste moment onvindbaar blijkt. Soms mopperen de kinderen, omdat ze moe zijn en die dag liever thuis willen blijven. Maar met een goede peptalk over het spelen met vriendjes op school en het belang van onderwijs voor hun toekomst is de moppermodus als sneeuw voor de zon verdwenen. Dit geldt alleen niet voor duizenden thuiszitters in Nederland. Voor hen was schoolgang traumatisch en hun ouders hebben een hartverscheurende strijd gevoerd.Vandaag schrijf ik over onze intense reis (en die van duizenden anderen) met onze thuiszitter en de moeilijkheden die wij zijn tegengekomen.
In onze maatschappij is schoolgang een belangrijke norm. Elk kind in Nederland dient onderwijs te volgen, zo niet dan volgen er consequenties. De schoolweigeraars worden door leerplichtambtenaren gemonitord. Ze krijgen te horen dat ze zich moeten aanpassen en meer moeten inzetten. Er wordt medegedeeld dat er een boete volgt als ze niet naar school gaan. Het beeld van schoolweigeraars is toch vaak dat stoute jongentje in de klas met ouders die niet streng of consequent genoeg zijn. En dus moet er hard worden opgetreden, zodat de schoolweigeraar geen schooluitvaller wordt. En de ouders wordt de wacht aangesteld. Maar klopt dit beeld wel van gezinnen die struggelen om hun kind op school te krijgen? Of gaat dit enkel om de kleine minderheid?
Onze zoon van nu tien jaar was zo'n schoolweigeraar. Onze zoon wilde niet naar school vanaf groep twee. Schoolgang was voor ons een bijna dagelijks terugkerende strijd. Dag in, dag uit zat ik na schooltijd met mijn zoon op de eerste twee treden van de trap in onze hal. Daar huilde hij dan tien minuten, omdat hij door elke schooldag erg overprikkeld raakte. Vanaf groep vier begon hij te weigeren. Ik kreeg steeds meer moeite om hem op tijd uit bed te krijgen, in de kleding en richting school. Mijn wanhoop en moedeloosheid groeide met de dag. Ik sprak dingen uit als: 'Het is de wet. Je zult moeten gaan, want anders krijgen we een boete van de leerplichtambtenaar. Alle kinderen gaan naar school, dus jij ook. Als je niet gaat, mag je vandaag niet gamen'
Er ging vaak nog geen half uur overheen voordat ik spijt kreeg van mijn woorden als haar op mijn hoofd. Mijn kind weigerde niet omdat hij dwars wilde doen. Mijn kind was doodsbang, ongelooflijk onzeker en voelde zich verloren in het systeem. Ik had het recht niet om zo op hem in te spreken. Maar ik voelde mij klem gezet door datzelfde systeem en dus zei ik dingen uit pure machteloosheid.
We probeerden iedere ochtend om in het systeem te passen en hem te motiveren en ook geregeld te dwingen om naar school te gaan. Ieder schooljaar was ik vaker in gesprek met de leerkracht van dat jaar dan andere ouders uit de klas van mijn zoon. Ik was zoekende naar antwoorden. Want ondanks dat ons kind iedere avond huilde, omdat hij bang was voor de volgende schooldag, zeiden leerkrachten dat ze aan hem niets bijzonders konden zien. Een fijne leerling om in de klas te hebben. Eentje waar je er wel tien van wilt.
Met goede en minder goede intenties werden er tips gegeven die niet bij ons aansloten. Het stadium van belonen, consequentie uitspreken, motiveren of juist geen aandacht geven, waren wij allang voorbij. En daar waar de weerstand groeide, bleek de kennis over hoe om te gaan met een kind dat zich niet goed voelt bij schoolgang te ontbreken bij leerkracht en intern begeleiders. En zo werd zijn aanwezigheid in de klas belangrijker dan het welbevinden van ons kind.
Voor mij was het duidelijk dat onze zoon geen slecht of ondeugend gedrag liet zien, maar dat stress en angst hem in zijn greep hielden. En dat hij dit gevoel op school wist te maskeren. Het was voor ons als ouders vreselijk frustrerend, omdat daarmee nog veel meer de vinger naar ons werd gewezen. Zij hadden immers geen probleem, maar wij.
Pas na jaren durfden wij de stap naar de ggz te maken. Het blijkt dat voor de meeste ouders geldt dat zij voor diagnostiek kiezen wanneer de situatie thuis onhoudbaar is geworden. Toen wij eenmaal aan de beurt waren voor onderzoek, waren wij de wanhoop behoorlijk nabij.
Na enkele maanden kregen wij de verlossende uitslag, onze zoon kreeg de diagnose autisme. Mijn eerste gedachte was: zie je nu wel, ik ben niet gek. Het lag niet alleen maar aan ons als ouders. Zonder dat de leerkrachten het door hadden, bleek de school toch echt een schadelijke omgeving voor hem te zijn. Ook al had ik dit meerdere malen aangekaart. Niemand wilde het horen. Met de verkregen diagnose hadden wij de verwachting dat het leven voor ons er anders en beter uit zou gaan zien. Dat er begrip zou zijn, een leerkracht die zijn gedrag erop zou aanpassen en ons kind en wij gezien zouden worden in de strijd die schoolgang heet. De realiteit bleek helaas anders.
Er volgden alleen maar meer gesprekken, meer multi-disciplinaire overleggen en meer ouderbegeleiding sessies. Er werd nog steeds gekeken naar ons als ouders en wat wij veroorzaakten waardoor ons kind niet naar school durfde. Te weinig kon de leerkracht flexibel zijn in het maken van aanpassingen, omdat het curriculum en de daarbij horende doelen leidend zijn. Je voelt je als ouder compleet hulpeloos. Natuurlijk begrijp je de spagaat waarin leerkrachten zitten, maar uiteindelijk is er maar een ding echt belangrijk en dat is het welbevinden van het kind. En wij zagen ons kind steeds verder achteruit gaan.
En zo kwamen we op het punt dat wij als ouders besloten dat ons kind rust nodig had en eerder dan de rest aan de zomervakantie zou beginnen. Het was de beste beslissing die wij toen konden maken, maar het was ook het begin van een jarenlange periode van thuiszitten zonder onderwijs.
Na de zomer volgde al gauw het speciaal onderwijs, waar wij als ouders hoge verwachtingen van hadden. De huidige school schreef een toelaatbaarheidsverklaring, welke na alle gesprekken niet het beeld en de problematiek bevatte van onze zoon. Had de school nu nog steeds niet door wat stress rondom school met een kind kan doen? Begrepen ze niet dat schooluitval op de loer lag?
Eenmaal op het speciaal onderwijs had onze zoon al zo'n laag zelfbeeld en zo'n torenhoog stressniveau dat na twee dagen de burn-out bij hem een feit was. De dag dat ik hem weer mee naar huis nam nadat hij bij de poort van de school klappertandend in elkaar klapte, staat als een vreselijke herinnering opgeslagen in mijn brein. De wanhoop en eenzaamheid als moeder, worstelend met je kind. Een aarzelend stapje naar voren en drie naar achteren. Niemand die een hand uitstak, niemand die zei: 'We zien dat het hem niet lukt en we zien jou. Neem hem mee naar huis, dat lijkt mij voor nu beter. Je krijgt toestemming. We bellen elkaar later vandaag en bespreken dan wat we kunnen doen'.
De leerkracht en betrokken orthopedagoog leken bij tijd en wijle oprecht geïnteresseerd in ons verhaal en de overbelasting van ons kind. Toch bleek steeds tijdens elk gesprekje dat het doel erachter was: hoe krijgen we deze leerling weer terug naar school. Ook zij voelden de hete adem van de leerplichtambtenaar. Uiteindelijk werd besloten dat het voor hem goed zou zijn als hij in de structuur bleef. Dat betekende dat hij aanwezig diende te zijn op school, zonder dat hij onderwijs moest volgen. Het is de meest nutteloze periode van zijn schoolgang geweest.
Na een paar maanden opbouwen van zijn aanwezigheid op school, was na de kerst de rek eruit en kwam hij definitief thuis te zitten. We zijn inmiddels bijna twee schooljaren zonder onderwijs verder en er is nog geen uitzicht op terugkeer naar de school van inschrijving. Sterker nog, we weten nog niet of hij überhaupt schoolbaar is en het volgen van een curriculum voor hem gaat lukken. Nadat hij tweemaal een zeer zwaar overbelast brein heeft gehad, is hij extreem gevoelig geworden voor prikkels en druk van buitenaf.
Bovendien is de visie dat school een belangrijke sociale functie heeft niet passend bij elk kind. Persoonlijk denk ik zelfs dat het sociale aspect heeft bijgedragen aan het probleem van onze zoon. Dit geldt overigens niet alleen voor veel kinderen met autisme, maar ook voor de groep hoogbegaafde leerlingen. Als aansluiting vinden, vriendschap sluiten en onderhouden en contact maken zoveel energie vraagt, dan blijft er weinig ruimte over voor de rest. Laat staan lesstof opnemen.
Waar wij met onze zoon uit gaan komen, weet geen van de acht hulpverleners die iedere week met hem bezig zijn. Voor ons is het een les in loslaten. Wij ontwikkelen een andere visie op hoe een diploma behaald dient te worden, maar ook wat succesvol zijn in het leven betekent. Er zijn er weinig die echt beseffen hoe het is om met schooluitval en schooltrauma te maken te krijgen. Welke impact het heeft op het totale gezin. Gelukkig is er online een grote community van gelijkgestemde ouders met allemaal een ander en toch ook op veel vlakken hetzelfde verhaal. Daar haal ik steun, erkenning en begrip uit. Maar het laat ook zien dat ons verhaal niet op zichzelf staat en het schoolsysteem faalt voor zoveel kinderen in Nederland.
Reactie plaatsen
Reacties